Harelbeke, de muziekstad

De stad Harelbeke heeft een rijke muzikale traditie die terug gaat tot in de 11de eeuw en heeft daaraan zijn naam als muziekstad grotendeels te danken. Vandaag de dag is de muziek nog volop aanwezig mede dankzij de verschillende verenigingen en organisaties, waarvan sommige muziekmaatschappijen kunnen terug blikken op een heel lang bestaan.

Verschillende grote festivals, zoals het Rock & Blues Festival lokken telkens weer massa’s volk, daarnaast zijn er ook nog de klassieke muziekbiënnales en de verschillende tweejaarlijkse compositiewedstrijden in de sector van de harmoniemuziek, welke een permanente bevordering verdient.

In het Peter Benoitmuseum, een interactief museum keer je terug naar het Vlaamse muziekleven uit de negentiende eeuw. Vijf vrouwen vertellen het verhaal van Peter Benoit, gekend van zijn symfoniecompositie, religieuze muziek, liederen op Nederlandse en Franse teksten. Een film staat stil bij de internationale betekenis van Benoit. Muziekdouches, touchscreens en unieke stukken leiden je door het leven van de man “die zijn volk leerde zingen”. In het authentieke geboortehuisje ernaast zie je hoe een arm gezin twee eeuwen geleden leefde.

De majestueuze Sint-Salvatorkerk, en tevens de vierde kerk die op deze plaats werd gebouwd, is uniek te noemen om verschillende redenen, zoals de neoclassicistische stijl en het marmeren interieur. De Romaanse toren is nog een overblijfsel van de vorige kerk, een Romaanse kruiskerk uit de 11de en 12de eeuw. Deze kerk werd in 2009 bijna volledig gerestaureerd, en de omgeving rond het Marktplein en de kerk veranderden van uitzicht. En wie het ziet zitten om de trappen naar boven te beklimmen, wordt verwend op een adembenemend uitzicht.

Ook het oude stationsgebouw dat werd opgetrokken in neo-Vlaamse Renaissancestijl, werd volledig gerestaureerd, en op de plaats waar vroeger de wachtkamers waren en de bureaus van de stationschef, bevindt zich nu een restaurant. Dit alles samen met het opnieuw aangelegde stationsplein, nodigt uit om een terrasje te doen in deze aangename omgeving.

Naast het Peter Benoitmuseum kan je ook terecht in het Pijp- en Tabakmuseum, dat werd ondergebracht in een beschermd 18de eeuws oud-herenhuis. Hier kom je oog in oog te staan met een unieke 900-koppige pijpencollectie en een authentieke tabakswinkeltje.

Nog in hetzelfde herenhuis is het Archeologisch Museum ondergebracht, waar je de levenswijze van de mensen uit de prehistorie, de Gallo-Romeinse tijd en de middeleeuwen kan aanschouwen. Al 11 000 jaar geleden deden nomaden de streek van Harelbeke aan. Daarvan getuigen de silexen. Na de steentijd passeren we langs de bronstijd en de vroege ijzertijd om bij de Romeinse tijd terecht te komen. De nederzettingen die er toen in Harelbeke waren, moeten niet onbelangrijk zijn geweest. De vele vondsten van Romeins aardewerk, maar ook sieraden, glaswerk en munten zijn daar een bewijs van. Daarna wordt het een enkele eeuwen stil tot er opnieuw steengoed en glaswerk uit de grond komt. Afsluiten doen we in de achttiende eeuw.

Als laatste is er ook nog het Nationaal Vinkensportmuseum, waar je de evolutie van de vinkenzetting en de manier waarop de vinkeniers met hun dieren omgaan kan bekijken. Je maakt er kennis met een rijke verzameling vinkenkooien, waarvan de kleine kattebete de beruchtste is. Tot slot is er hier ook nog aandacht voor de vele eretekens die eigen zijn aan de vinkensport.

Voor wie wil ontspannen moet zeker een bezoek brengen aan het provinciedomein De Gavers, het grootste recreatiedomein in de Leiestreek. Rond het 62 hectare grote meer kan je wandelen, fietsen en paardrijden en op het meer kan je zeilen, surfen en kayakken.

Het fietsnetwerk loopt eveneens door het domein, alsook de provinciale Gaverruiterroute vindt er zijn weg.Eveneens te bezichten in De Gavers is de Koutermolen, een houten staakmolen die onlangs nog een opknapbeurt kreeg en elk weekend te bezichtigen is tijdens de zomer.

In 1995 wordt de Muizelmolen, oorspronkelijk eern houten molen op een hoog gemetseld torenkot,  volledig gerestaureerd en opnieuw maalvaardig gemaakt. Naast de molen bevindt zich een gerestaureerde mechanische maalderij met twee koppels molenstenen en een builmolen, nu ingericht als restaurant.

Als laatste in het rijtje van de stad Harelbeke zijn er nog de Banmolens. Een banmolenof dwangmolen, was een molen waar men verplicht was het graan te laten malen en meestal waren deze molens eigendom van de plaatselijke heer, een hogere autoriteit of een abdij.

Dit zijn zonder twijfel de oudste industriële gebouwen die deze stad rijk is. Ernaast is een gezellige cafetaria die meteen de ideale stopplaats is voor te relaxen en te genieten van een biertje of een lekkere snack aan de oevers van de Leie.

Wil je meer te weten komen over deze stad, neem dan contact op met de dienst Toerisme Harelbeke, gelegen in de Markstraat 98 of neem een kijk op hun website: www.harelbeke.be/toerisme.

Deel dit met je vrienden:
  • Facebook
  • FriendFeed
  • Hyves
  • MySpace
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • Twitter